De architectuur van het leerproces

Volgens IRISZ moet het onderwijs boeiend zijn voor de kinderen en alle andere betrokkenen. Als het niet boeiend is, kunnen we nooit van kwalitatief goed onderwijs spreken. De kinderen ontwikkelen basisvaardigheden, inzichten en attituden die hen in staat stellen optimale kansen te ontwikkelen gedurende de jaren dat ze op school zitten.
Kinderen werken samen en zelf aan, voor hen, betekenisvolle problemen en ontdekken daarin dat ze betekenisvol kunnen zijn voor de wereld waarin ze leven. In het werken aan betekenisvolle problemen ontdekken ze dat ze bepaalde vaardigheden, tools en hulpmiddelen nodig hebben. Deze worden in een programma aangeboden en verinnerlijkt.

Hoe willen we het leerproces verrijken? Een voorbeeld.
Het reflecteren op het leerproces wordt een belangrijk hulpmiddel voor de verdieping van het leren. Een mogelijkheid is organisaties van buiten het onderwijs (bedrijven, instellingen) uit te dagen om actuele en realistische vraagstukken aan de kinderen voor te leggen. Dus échte problemen waar deze organisaties mee worstelen, zodanig geformuleerd en aangereikt dat het voor kinderen betekenisvolle situaties worden om mee te werken. De kinderen ontwikkelen inzichten en perspectieven die ze vervolgens weer delen met de organisaties. Zo ontstaat een waardevolle wisselwerking tussen de jongeren en de realiteit buiten de schoolmuren (waarbij de belangrijkste opbrengsten best voor de kinderen mogen zijn). De kinderen leren dat hun perspectieven op problemen betekenisvol kunnen zijn in 'de grote-mensen-wereld'. In hun hersenen ontstaat zo het besef dat ze in staat zijn complexe zaken te beïnvloeden.

> lees verder over de architectuur van het curriculum



betekenisvol leren en
vragen samen reflecteren

betekenisvol lerenvragen samen reflecteren